Onze jeugdhulpaanbieders staan in de vernieuwde versie van de beschikbaarheidswijzer, bekijk de website of ga naar de app. Lees meer

Contractering vanaf 1 juni 2026

  • Wat wordt bedoeld met wijziging van psychiater bij prestatiecodes 54002 en de 54003?

    Tot op heden moest een kinderpsychiater op afroep beschikbaar zijn. Dit is aangepast in een psychiater conform de GGZ richtlijnen.

  • Blijft het mogelijk om naast pleegzorg extra jeugdhulp in te zetten om de plaatsing te ondersteunen?

    Stapeling van producten blijft bij hoge uitzondering mogelijk. Dit dient per casus bepaald te worden.

  • Verblijf is vaak ook tijdelijk, er zit soms een ambulante gezinscode aan vast. Het is niet altijd goed om deze los te laten als een kind in verblijf zit.

    Dit gaat uit van behandeling op de groep. Ook als er individuele behandeling nodig is voor een kind, kan hiernaast nog behandeling worden afgegeven als deze jeugdhulp geen onderdeel is van het verblijf.

  • De 10de KPI ( tijdigheid facturen I Na-ijleffect) is lastig omdat aanbieders daar niet altijd zelf invloed op hebben. We zijn hierin afhankelijk van de gemeenten.

    Op dit moment wordt bekeken of er een uitsplitsing valt te maken. We kunnen een onderscheid maken in ’te laat’ declareren doordat de toewijzing met terugwerkende kracht is afgegeven, of in ’te laat’ declareren vanwege overige redenen. Het is voor de gemeenten wel van belang om de data zo goed mogelijk in beeld te krijgen. We bieden de gemeenten een prognose model aan. Als het na-ijleffect in de loop der tijd steeds groter wordt dan komt dat de betrouwbaarheid van het prognosemodel niet ten goede. Gemeenten hebben belang bij een betrouwbaar prognosemodel lasten jeugdhulp
    IJZ gaat het CLM inrichten op het monitoren en analyseren van trends. Individuele casuïstiek is geen onderdeel van het CLM maar een issue voor de desbetreffende gemeente. Uitzondering hierop zijn o.a. gemelde calamiteiten bij IGJ of toezichthouders.

  • Moet er nog steeds een F-formulier worden ingestuurd bij wijziging onderaannemers/codes?

    Er is een inventarisatie gedaan wie wat levert per samenwerkingsverband. Als er sprake is van de wens tot uitbreiding moet dit bij IJZ worden aangegeven. Dit kan door een mail te sturen aan contractmanagement@inkoopjeugdhulpzeeland.nl. Mogelijkerwijs zullen wij aanvullende vragen stellen om de meerwaarde van toevoeging te duiden. Hoofdaannemers zijn zelf verantwoordelijk voor de onderaannemers en over welke codes zij hen laten uitvoeren. Iedereen wordt geacht zich te houden aan de prestatiebeschrijving en te voldoen aan de afgesproken eisen die beschreven staan en waarvoor je als hoofdaannemer voor hebt getekend.

  • Mogen aanbieders aangeven bij gemeenten wat voor producten ze aanbieden?

    Acquisitie is verboden. Het is aan de hoofdaannemers om de onderaannemers te wijzen op wat hierover is afgesproken. Een overzicht van de gecontracteerde jeugdhulp is te vinden op de website van IJZ.

  • Als ouders niet bij het bij het gesprek te willen zijn en toestemming aan een begeleider geven om hen te vervangen, hoe mag dit berekend worden?

    Dit is indirecte tijd. De terugkoppeling aan ouders is wel directe tijd, ook als dit via de mail of via de telefoon gaat. Het gesprek zelf niet maar de terugkoppeling wel. Professionele contacten zijn niet het systeem (dus alles wat ingezet kan worden met een toewijzing). Let hier ook op voogden. Een professionele voogd vanuit een GI hoort hier niet bij. Een pleegouder voogd wel.

  • Sommige aanbieders hebben veel thuiszitters met complexe casuïstiek. Er is veel afstemming nodig om de zorg goed te laten verlopen. Hierdoor wordt het een dure casus.

    Indirecte tijd is verdisconteerd in de tarieven. Dit is terug te vinden in het KPO. Bij een product als casusregie, met complexe casuïstiek en veel overleg met professionals, is het tarief een stuk hoger omdat het aandeel indirecte tijd onderdeel is van het nieuwe tarief.

  • Wordt de werkwijze indirecte en directe tijd nog geëvalueerd?

    Nee, dit is niet afgesproken. Dit is de werkwijze waar we mee gaan werken.

  • Er zijn cliënten waarbij veel zorg nodig is, wat complexer is en meer overleg met de toegang vraagt. De toegang vraagt in zulke casuïstiek vaak aan aanbieders zaken te willen regelen maar we zijn geen casusregisseurs.

    Kijk hierbij goed naar de differentiatie van casusregie. Je bent casusregisseur als aanbieder die het meeste contact heeft met de cliënt. Wordt dit erg complex en veel dan kan je kijken of er een casusregisseur ingezet moet worden.

  • Vanaf 1 juni laten we de lopende beschikkingen doorlopen. Moeten de aanbieders dan bijhouden hoeveel directe/ indirecte tijd zij aan de achterkant hebben gehad?

    Op basis van de beschikking mag gedeclareerd worden. Tot 1 juni het overbruggingstarief, na 1 juni de nieuwe contractprijs. Tot 1 juni directe uren en hierbij maximaal 25% indirecte uren. Na 1 juli mogen alleen directe uren gedeclareerd worden.

  • Worden de om te zetten toewijzingen meteen goed omgezet in volume?

    Ja, IJZ geeft aan de gemeenten de richtlijn mee dat de volumes 20% lager worden afgegeven (op basis van 100 minuten directe tijd + 25 minuten indirecte tijd uit het oude contract). Aanbieders declareren vanaf 1 juni alleen nog maar directe tijd.

  • Kan het specifiek indiceren blijven?

    Omdat het huidige aantal minuten nog is berekend op de oude contractafspraken, zal op korte termijn een evaluatie moeten plaatsvinden. Hiervoor zijn al punten verzameld, maar het is lastig alle partijen bij elkaar te krijgen.

  • Is E- health meegenomen in de directe- indirecte tijd?

    Ja, dit is hetzelfde als met mail en telefoon. Als de E-health met de cliënt en/ of het systeem is, dan is het directe tijd.

  • Wanneer kunnen de aanbieders nieuwe toewijzingen verwachten?

    Dit kan vanaf week 18 als aanbieders de juiste en volledige informatie hebben doorgegeven welke aanbieder (hoofd- en onderaannemer) welke productcodes levert. Gemeenten moeten deze ook nog omzetten dus het kan ook zijn dat dit nog eind mei of begin juni is. We proberen hierin zoveel mogelijk te ondersteunen.

  • Dyslexie blijft traject financiering. Worden deze trajecten omgezet of blijven we deze hanteren?

    Voor dyslexie blijft het op dezelfde manier gaan.

Algemeen

  • Welke gemeente is financieel verantwoordelijk bij pleegzorg vanaf 18 jaar?

    Pleegzorg kan worden ingezet tot in ieder geval het 21e jaar.

    Met het nieuwe woonplaatsbeginsel is de leeftijd (18- of 18+) niet meer relevant voor het bepalen van verantwoordelijke gemeente. Voor alle jeugdigen met alleen zorg zonder verblijf is vanaf 1-1-2022 de gemeente verantwoordelijk daar waar de jeugdige staat ingeschreven, ongeacht diens leeftijd.

    Voor zorg met verblijf is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan het (aaneengesloten) verblijf. Als zo’n jeugdige 18 wordt (en de verblijfszorg loopt door of wordt verlengd), dan blijft die gemeente verantwoordelijk, ook al staat de jeugdige in een andere gemeente ingeschreven.

  • Welke gemeente is verantwoordelijk voor een kind geboren in een moeder-kind huis?

    Kinderen die worden geboren in een moeder-kind huis en jeugdhulp moeten krijgen vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar het kind is geboren.

  • Vervoer wordt niet door jeugdhulpaanbieder geboden, wat te doen als ouders zelf het vervoer niet kunnen regelen?

    De gemeente zou zorgvervoer in kunnen zetten. Dit gaat niet via IJZ (berichtenverkeer).

Administratieve afspraken

  • Hoe oud mag een VOG zijn bij de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland?

    Bij individuele overeenkomsten is een VOG vereist die niet ouder is dan 1 jaar.

    Een VOG kan digitaal aangevraagd worden bij de gemeente ( screeningsprofiel 45: Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier).

    Alle gecontracteerde opdrachtnemers moeten in het bezit zijn van een VOG van hun werknemers die bij indiensttreding niet ouder is dan 3 maanden. De VOG moet 3-jaarlijks vernieuwd worden voor alle medewerkers die met jongeren en/of ouders in contact komen.

     

     

  • Wij willen gebruik maken van een tolk. Wordt dit vergoed?

    Soms is een jeugdhulpaanbieder genoodzaakt om een tolk/vertaler in te zetten op basis van de uitvoering van “verantwoorde hulp” conform professionele richtlijnen en standaarden. Formeel is de jeugdhulpaanbieder verantwoordelijk voor de kosten van de tolk.
    Omdat de inzet van tolken niet verdisconteerd is in de tarieven en deze kosten dusdanig kunnen oplopen dat deze niet meer in balans zijn met de kosten van de jeugdhulp, kan een aanbieder bij de gemeente een verzoek indienen om een bijdrage te leveren in de kosten. Het is aan de gemeente om hierover een besluit te nemen.”

  • Kan een gemeente kosten in rekening brengen voor het organiseren van een familienetwerkberaad?

    Het is aan de individuele gemeente om de kosten wel of niet in rekening te brengen.

  • Wie is verantwoordelijk voor betaling van factuur bij een verhuizing of wijziging in het gezag?

    Als er nog geen nieuwe woonplaats bekend is, blijft de ‘oude’ gemeente verantwoordelijk tot er een nieuwe woonplaats is verkregen.
    Als de gemeente bij een verhuizing of een wijziging van het gezag verzuimt de wijzigingsinformatie te sturen naar de aanbieder en de nieuwe gemeente, dan blijft de ‘oude’ gemeente financieel verantwoordelijk.
    De ‘oude’ gemeente betaalt de factuur en maakt met de nieuwe gemeente afspraken over de onderlinge verrekening.
    De ‘oude’ gemeente moet eerst de aanbieder informeren over de wijziging en de nieuwe gemeente moet zich bereid verklaren richting de aanbieder om de verantwoordelijkheid over te nemen.
    Als aan deze twee voorwaarden is voldaan, is de financiële verantwoordelijkheid daadwerkelijk overgedragen naar de nieuwe gemeente. Vanaf dat moment kan de aanbieder opvolgende facturen naar de nieuwe gemeente sturen.

  • Welke gemeente betaalt het (dyslexie)traject bij verhuizing?

    Binnen de regio Zeeland maakt de cliënt het traject af bij de dyslexieaanbieder. De latende gemeente betaalt het gehele traject.

    Buiten de regio Zeeland vindt afstemming plaats tussen de gemeente en dyslexieaanbieder. Zo mogelijk maakt de cliënt het traject af bij de huidige aanbieder. Kan dit niet, dan vindt overdracht van het dossier naar een andere dyslexieaanbieder plaats. De latende en ontvangende gemeente maken afspraken over de verdeling van de kosten.

    Zie ook factsheet Dyslexie.

  • Kan een dubbele beschikking worden afgegeven voor de combinatie moeder-kind opname in een gezinshuis?

    Ja, dat kan.

    Soms komt het voor dat een zwangere vrouw, of een jonge moeder in een gezinshuis wordt geplaatst. Dit vergt vaak (veel) extra inzet van de gezinshuisouders.

    Er bestaat dan de mogelijkheid dat er zowel voor de moeder als voor het (ongeboren) kind een toewijzing Gezinshuis wordt afgegeven.

    De volgende combinaties zijn mogelijk:
    43A31 (perceel 1) met 44A08 (perceel 3a)
    44A08 met 44A08 (beiden perceel 3a)

    Tweemaal perceel 1 toewijzen is niet mogelijk.

    Voor perceel 6 geldt 44A06 plus 44A06

     

Berichtenverkeer

  • Ik krijg als jeugdhulpaanbieder een cliënt vallend onder de jeugdwet via een huisarts, wat moet ik doen zodat de door mij te leveren zorg ook betaald wordt?

    Heeft u een (raam)overeenkomst gesloten met de inkooporganisatie dat vult u een verzoek toewijzing (JW315) in en stuurt u het naar de betreffende gemeente. De gemeente zal bij akkoord een JW301-bericht terugsturen, inclusief een toewijzingsnummer.

    Als u geen (raam)overeenkomst hebt afgesloten, dan kan in uitzonderlijke gevallen een maatwerkovereenkomst worden gemaakt. Hiervoor neemt u dan contact op met de betreffende gemeente.

  • Ik ben een jeugdhulpaanbieder. Hoe communiceer ik met de Zeeuwse gemeenten en inkooporganisatie over administratieve opdrachten, declaraties, e.d.?

    Er wordt gebruik gemaakt van de systemen Vecozo/ Gemeentelijk gegevens knooppunt (GGK).

    Van jeugdhulpaanbieders wordt verwacht dat ze zich bij Vecozo aansluiten. Kleine aanbieders kunnen gebruik maken van de Zilliz berichtenapp.
    Gemeenten sluiten aan op het GGK. De communicatie vindt plaats via standaard- berichten, ontwikkeld voor de Jeugdwet.
    Bij inhoudelijke communicatie wordt gebruik gemaakt van beveiligd e-mailverkeer.

  • Kan de toegang een zorgopdracht afgeven voor een onderaannemer?

    Nee, dit is niet mogelijk. De zorgopdracht moet via de hoofdaannemer lopen, aangezien zij de gecontracteerde partij zijn. In het toelichtingen veld kan de onderaannemer worden genoemd.

  • Ik wil als gemeente een maatwerkovereenkomst afsluiten met een jeugdhulpaanbieder. Wat moet ik hiervoor doen?

    Voor het aanvragen van een maatwerkovereenkomst kan de gemeente een mail met de benodigde informatie of een  JW301 (Excel) formulier sturen naar info@inkoopjeugdhulpzeeland.nl.

    Vanaf 1 januari 2022 vindt de administratieve afhandeling plaats via het berichtenverkeer.

     

  • Mijn declaratie wordt niet betaald en de inkooporganisatie geeft aan dat een BSN op de declaratie niet bekend is. Wat moet ik nu doen?

    De inkooporganisatie controleert en verwerkt declaraties op basis van opdrachten die gegeven zijn door gemeenten. Wanneer een BSN op de specificatie niet bekend is bij de inkooporganisatie kan de declaratie niet worden betaald.
    Jeugdhulpaanbieders  krijgen daar bericht over. Als jeugdhulpaanbieder kunt u het beste contact met ons opnemen wanneer u een dergelijk bericht ontvangt.
    Gemeenten kunnen in het eigen systeem nagaan of de cliënt daar bekend is. Is de cliënt ook daar niet bekend dan zal met de betreffende jeugdhulpaanbieder de situatie afgestemd worden. Wanneer de gemeente akkoord is geeft ze dit door aan de inkooporganisatie die de declaratie verder afwikkelt.

  • Wat betekenen de codes/reden afkeur van de declaraties?

    Zie de codelijst 3.1.1 op onze website.

  • Moet een afgekeurde declaratie regel gecrediteerd worden?

    Nee, met ingang van de 3.0 versie in het digitale berichten verkeer hoeft een afgekeurde declaratie regel van een JW323 bericht niet meer gecrediteerd te worden.

  • Wat te doen met een declaratie regel die is goedgekeurd en uitbetaald, maar waarbij achteraf blijkt dat het niet correct is?

    Op dat moment moet de volledige declaratie regel gecrediteerd worden en indien van toepassing opnieuw correct ingediend worden als debet regel.

  • Wat te doen met een herziene JW301 die ervoor zorgt dat de einddatum van de originele JW301 verkort/ ingetrokken wordt?

    Alle ingediende en goedgekeurde declaraties moeten op hetzelfde toewijzingsnummer gecrediteerd worden. Mocht u een nieuwe toewijzing ontvangen hebben voor deze periode, dan dient u op deze toewijzing de declaratie opnieuw aan te leveren.

  • Kan de jeugdhulpaanbieder na afloop van de toegewezen zorgperiode verzoeken om verlenging via een nieuw verzoek om toewijzing?

    Na afloop van de toegewezen zorgperiode, kan de jeugdhulpaanbieder, op basis van de afgegeven toewijzing (JW301), éénmaal verzoeken om verlenging via een verzoek om wijziging VOW (JW317). Een nieuwe verwijzing van een arts is dan niet nodig. Dit verzoek kan worden gedaan voor hetzelfde product met dezelfde omvang. Bij wijziging van het product en/of de omvang* moet er wel een nieuwe zorgtoewijzing aangevraagd worden.

     

    *De omvang van een toewijzing totaal in de periode kan opgeschaald en afgeschaald worden met reden 04 verlenging.

     

    De gemeente wil een verslag/onderbouwing ontvangen.

     

    Een VOW mag niet worden ingediend indien het een nieuwe zorgvraag betreft. Daarvoor is dan wel een nieuwe verwijzing nodig van een arts dan wel een besluit tot toekenning van een nieuwe individuele voorziening via de gemeente.

    Alvorens een VOW (JW317) in te dienen, neemt de jeugdhulpaanbieder contact op met de gemeente indien de jeugdhulpaanbieder weet dat de gemeente bij jeugdige of ouders betrokken is (mits jeugdige en/of ouders hiervoor toestemming geeft).

    Bij een verzoek om wijziging verstrekt de jeugdhulpaanbieder de arts die de verwijzing heeft afgegeven een (kort) voortgangsverslag met een beschrijving van het inhoudelijke verloop en resultaten van de zorginzet. Het verslag is vormvrij. Het verslag wordt toegevoegd aan het dossier van de jeugdige of de ouders en kan, indien daartoe ingevolge dit protocol aanleiding toe is, getoond worden aan de gemeente.

  • Wanneer moet bij een dyslexietraject de JW307 worden gestuurd?

    Na afloop van de behandeling stuurt de aanbieder een Stopbericht met als beëindigingsreden “levering is volgens plan beëindigd” (code 31). De follow-up vindt daarmee plaats buiten de periode van zorgtoewijzing. De dyslexie-aanbieder registreert of en hoe vaak de follow-up heeft plaats gehad en wat de opbrengst hiervan is.

Contactgegevens

  • Wie moet ik bellen bij een (dreigende) crisis?

    Er is één telefoonnummer voor alle crisissen jeugd in Zeeland 085 – 4833129.

    Kijk voor meer informatie bij Crisisdienst/time-outvoorzieningen

Inkoop

  • Ik heb een maatwerkovereenkomst ontvangen. Krijgen wij nog een toewijzing via het berichtenverkeer?

    Ja, vanaf 1 januari 2022 vindt de administratieve afhandeling voor maatwerkovereenkomsten via het berichtenverkeer plaats.

  • Waar kan ik mijn wachttijden aanpassen?

    Binnen Zeeland werken wij met de beschikbaarheidswijzer. Hier kunnen Jeugdhulpaanbieders hun wachttijden/wachtlijsten doorgegeven.

  • Wat zijn de eisen wat betreft groepsgrootte in de diverse prestatiecodes van dagbesteding?

    De groepsgrootte is per prestatiecode vastgesteld en terug te vinden in het Programma van Eisen c.q. Percelen en Prestatiecodes – Overzicht en beschrijving.

  • Moet ik als hoofdaannemer zelf ook wachttijden invoeren als de hulp alleen uitgevoerd wordt door een onderaannemer?

    Nee, dat is niet nodig. U kunt de wachttijd op n.v.t. zetten door bij 0 weken nog 1 keer met het pijltje naar links te gaan. De hoofdaanbieder komt dan niet voor in de gevonden resultaten van een verwijzer. Wel kan gezocht worden op de hoofdaanbieder door de naam in te voeren bij de zoekfunctie.

  • Kan Casusregie worden afgegeven naast MST?

    Casusregie (50Z08 of 49B02) afgeven naast prestatiecode 45A16 (waar MST onder valt) is niet standaard, maar wel mogelijk.

    Binnen een MST behandeling is de therapeut behandelverantwoordelijk.

    De coachende supervisor kijkt mee of de methodiek goed gevolgd wordt en of de behandeling goed vorm wordt gegeven.

    Wanneer er geen casusregie apart is en:

    • – er is sprake van onveiligheid en/of
    • – ouders zijn de regie kwijt en/of
    • – het is een diverse complexe problematiek  (wat tegenwoordig in de meeste MST casussen is) en/of
    • – er is sprake van een dreigende situatie en/of
    • – de MST-therapeut krijgt de ouders niet helemaal mee

    wordt er onderzocht hoe dit komt en probeert de therapeut hier invloed op uit te oefenen.

     

    De MST-therapeut kan echter niet tegen ouders zeggen dat ze bepaalde dingen moeten doen of juist moeten laten. Dit in verband met de veiligheid, en het kan de  werkrelatie verstoren.

    In dit geval kan een onafhankelijke casusregisseur  worden ingeschakeld zodat de therapeut kan aansluiten bij de ouders en de behandeling kan worden voortgezet.

Prestatiecodes, tarieven en percelen

  • Kan ik Zorg in Natura van jeugdhulpaanbieder X inzetten?

    Zie stamtabel contracten en producten landelijk transitie arrangement of de partij hierin is opgenomen.

  • Kunnen tarieven van de prestatiecodes gedurende de looptijd van de (raam)overeenkomst worden aangepast?

    Nee, het is niet mogelijk om gedurende de looptijd van de (raam)overeenkomst de tarieven aan te passen. Wel kan er een jaarlijkse indexering worden toegepast.

  • Wanneer is er sprake van deeltijd pleegzorg?

    Er is sprake van deeltijdpleegzorg wanneer een jeugdige 156 of minder nachten op jaarbasis wordt opgevangen in een pleeggezin. Dat komt overeen met gemiddeld 3 nachten of minder per week.

    Wanneer een jeugdige gemiddeld 4 of meer nachten per week wordt opgevangen in een pleeggezin is er sprake van voltijdpleegzorg.